Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst (2011)
Trouw
“Sinds 2009 vraagt (ook) Ramsey Nasr als Dichter des Vaderlands geregeld om een moment van bezinning. Nasr werd destijds met afstand verkozen als meest geschikte kandidaat om gebeurtenissen van nationaal belang van een gedicht te voorzien, een andere blik te werpen op het nieuws en op de maatschappij. In Antwerpen, waar Nasr eerder al stadsdichter was, had hij zich al regelmatig kritisch geuit en zich solidair getoond met randfiguren uit de samenleving.
Ook als Dichter des Vaderlands ontpopt Nasr zich steeds sterker als vertolker van het tegengeluid, als poëtisch criticaster van wat er volgens hem scheef zit in de politiek, in Nederland en in de wereld. (…) Hij schreef onder andere over vierhonderd jaar betrekkingen tussen New York en Nederland, hij maakte een gedicht nadat Karst T. in Apeldoorn met zijn auto op de Koninklijke familie was gereden, na het schreeuw-incident bij de 4 mei herdenking op de Dam in Amsterdam, hij hernieuwde Tollens’ oude volkslied ‘Wien Neêrlandsch bloed in d’aders vloeit’.
Uit al die gedichten blijkt: Nasr schuwt de confrontatie niet, hij kritiseert, maar zonder te vervallen in holle retoriek of louter grote woorden. Belangrijkste thema’s: de oneindige vrijheid – ‘waar alles mag, is ieder vogelvrij’ – en de afbrokkelende beschaving.
Wat als een beeldgedicht bij ‘De dame met de weegschaal’ van Vermeer begint, eindigt bij Nasr als een felle uithaal, verwijzend naar de crisis in de internationale bankenwereld, een loflied transformeert halverwege tot hekeldicht. (…) Nasrs woede en ergernis komt uit z’n tenen, zo blijkt uit z’n gedichten – zie bijvoorbeeld de afgemeten ‘Nieuwjaarsgroet’ aan toenmalig premier Balkenende, geschreven kort na de uitkomsten van de commissie-Davids: zo, JP, hoe voelt het om te liegen / en dan te moeten zien dat het gedrukt staat / hoe voelt dat, om als christen-democraat / de zijde van Herodes te verkiezen…
(Nasr) houdt de Rooms-Katholieke kerk, de staatssecretaris van cultuur, de ‘gewone burger’ een grote, glimmende spiegel voor. Soms is hij venijnig, dan weer geestig, soms lichtvoetig, dan ronkend en cynisch. (…) Ramsey Nasrs ‘gedichten des vaderlands’ zijn kleine pamfletten voor behoud van beschaving. Zijn kanttekeningen bij het morele verval zouden kunnen leiden tot het lang aangekondigde debat over normen en waarden.”
De Standaard
“Een hybride selectie in een gedurfde, vaak barokke stijl. Voor- en tegenstanders gegarandeerd.”
“Het valt op dat Ramsey Nasr zijn gelegenheidsverzen naar hartenlust laat fonkelen.”
NRC Handelsblad
‘De dichter Nasr betoont zich niet minder opiniërend dan de schrijver van opiniestukken.’
Dagblad van het Noorden
‘Ramsey Nasr [...] is een dichter van het furieuze soort. Een die zijn nieuwe vaderland vanuit weinig genuanceerde maar oprechte overtuiging er ongenadig van langs wil geven.’
Esquire
‘Een verzameling oogopenende, onderhoudende, maar nooit belerende stukken. Voor wie graag nadenkt over het land waarin hij leeft.’
Nederlands Dagblad
‘In Nasr hebben we voor het eerst een echte Dichter des Vaderlands. [...] Een dichter die zijn vaderland verkent.’