Uit onze-lieve-vrouwe-zeppelin (2006)
Het volgende gedicht werd geschreven n.a.v. gesprekken die Nasr voerde met kansarmen in Antwerpen. Het gedicht werd aangebracht op de muur van het OCMW (de sociale dienst) en kijkt uit over een groot plein met terrassen. Van Nasrs stadsgedichten is dit wellicht het gedicht dat door de meeste Antwerpenaren werd gelezen.
een minimum
lees me dan
luister dan zacht
ik ben de muur
en muurvaste man
jarenlang zitten
mijn lief en ik stil
tegen dit plafond
van gitzwarte kas
en vanaf ons vel
begint de bodem
en daar is geen rek
om haar te omarmen
zij zit ertussen
ik zit eronder
en ja ik heb niks
jazeker ik ben niks
maar godmiljaar
ik kan overleven
ik knok tot nu
de jaren rond
van beens af aan
tot aan mijn dood
zal ik tegen u
dit plafond
en alle ogen
in uw mond
opknokken
ik zal uit mijn pree
tevoorschijn komen
meewandelen onder haar
met mijn kansarme zon
en rondbazuinen
hier staan wij
klein en fier
lijk een mens
op een plein
en ik zou met u
niet willen ruilen
ik zou er geld
voor willen geven
om net als u
mezelf te zijn