HOMENIEUWSBIOGRAFIEBIBLIOGRAFIEFRAGMENTENPERSLINKSCONTACTDICHTER DES VADERLANDS
De Morgen
 
Door: Steven Heene

Een groot, kaal hoofd op een scherm. Dat was een van de opvallendste beelden in De doorspeler, het afstudeerproject van de jonge Nederlandse acteur Ramsey Nasr. (…) Wat in De doorspeler vooral opviel, waren de zelfverzekerdheid en de taalgevoeligheid van de vertolker, die de tekst zelf geschreven had. Pas afgestudeerd leek Nasr al iemand die zijn publiek verhalen vertelde die niet onder één noemer te vatten zijn. (…) Dat blijkt ook weer uit zijn eerste prozaboekje: Kapitein Zeiksnor & De Twee Culturen.
Aanleiding voor de publicatie was de Nederlandse boekenweek. Die had dit jaar als thema ‘Schrijven tussen twee culturen’. (…) De twee culturen waarover Nasr schrijft, zijn het heden en het verleden, meer bepaald het flitsende, economische opgepompte maar sociaal afgestompte heden, en de door etiquette en klassenstrijd gekenmerkte negentiende eeuw, toen ‘pudeur’, ‘deftigheid’ en ‘hoffelijkheid’ de omgang bepaalden. (…)
Voor Zeiksnor, het honderd veertig jaar oude hoofdpersonage, is de maat vol. Als gentleman van de oude stempel komt hij op zijn verjaardag alleen maar sikkeneurige, onbeschofte mensen tegen. Het contrast is groot met zijn eigen persoon, altijd opgeruimd van karakter en piekfijn gekleed ‘volgens de laatste mode van 1905, kortom: een rokkostuum om u tegen te zeggen’. Zeiksnor besluit daarop zichzelf tot Kapitein voor een wel erg lange vaart uit te roepen: was zijn enige bestemming eerst het Amstel Hotel voor een kopje stevige koffie, geschokt door zijn onvriendelijke omgeving krijgt hij een ander doel voor ogen: orde op zaken stellen in een wereld zonder decorum. Dit voornemen spreekt hij uit met veel gevoel voor drama en retorica: ‘Kijkt mij nu aan, want ik duld het niet. Ik zal het niet dulden, indien de wereld boeren laat, zo men hierom niet gevraagd heeft; ik zal het niet dulden, indien de wereld haar behoefte doet op straat, voor deze deur, dat alleman het zien kan; ik zal het niet dulden, hoort u mij, dat de wereld – en ik spreek van een jonge dame nota bene – haar fatsoen verloren heeft…’ Zo raast hij nog een tijdje door, de Kapitein die als ‘de naald van het kompas’ de goede weg wil wijzen, maar nog voor het verlaten van zijn woning komt hij ten val. Zeiksnor glijdt uit op de trap, dondert naar beneden en blijft daar eventjes groggy zitten, terwijl hij – ‘pwet’ – een scheetje laat. (…)
Nasr vindt er een merkbaar plezier in om zijn hoofdpersonage eerst grootse dingen te laten verkondigen en hem vervolgens, met evenveel grandeur, ten val te brengen, letterlijk en figuurlijk. Het maakt van Kapitein Zeiksnor een sympathieke martelaar, een wandelend anachronisme dat achtereenvolgens een aanvaring heeft met een onbeleefde zakenman, met dakwerkers van wie de broek half over de bilnaad hangt, met een neonazi die zijn hond op het trottoir laat poepen, met een veelkoppige massa op de Dam en met een ‘zeer, zeer’ voluptueuze maar zuinig geklede jongedame. Zeiksnor beschouwt haar als zijn ‘Überprojekt’, de ultieme uitdaging in zijn poging de wereld te bekeren. Maar zijn pleidooi om met haar onderbroeken (van dr. Jaeger!) te gaan kopen, teneinde haar ‘voorbibsje’ te bedekken, wordt niet in dank afgenomen.


over
Kapitein Zeiksnor & De Twee Culturen (2001)