Vrij Nederland |
| | | Door: Rob Schouten Opmerkelijk is Nasrs poëziedebuut zeker. Wie gewend is geraakt aan de Nederlandse poëzie van de laatste jaren is tegelijkertijd ontwend geraakt aan pathos, het grote gebaar, opperste lyriek. En dat is precies waar Nasr juist wél mee komt. Geen psychologie, geen filosofie, geen ironie, geen verbazing, geen verfijning. Nasr gedraagt zich als een oude, orgelende klankgod van vroeger, die zich niet laat weerhouden door vermeende wetten van alledaagse communicatie. Deze dichter spreekt zich uit met de gedrevenheid van een ziener die zijn innerlijk kenbaar wil maken. Zijn woorden willen meeslepen, zijn inzet is totaal en herinnert soms zelfs aan de extatisch-kosmische overmoed van Marsman. |
|
|
 |
 |
|