De Volkskrant |
| | | Door: Piet Gerbrandy Met onhandig bloesemend bewijst hij een dichter van formaat te zijn. (…) De kern van de bundel, een zestien gedichten tellende reeks onder de riskante titel ‘dichter liefde’, is (…) ronduit schitterend. Hier weet Nasr het onhandig bloesemen tot virtuositeit te verheffen door schijnbaar teugelloze lyriek krachtig naar zijn hand te zetten. (…) Deze poëzie fonkelt en bruist, zwelgt in tierlantijnen die vervolgens weer genadeloos worden afgeserveerd en durft woorden als ‘ziel’ en ‘hart’ in te zetten zonder dat het belachelijk wordt. Regels als ‘wie draagt er vandaag nog kabeljauwen’ en ‘er werd met troost geklaverjast in die dagen’ verdienen het door iedere lezer gememoriseerd te worden. Zo klinkt ware poëzie.
|
|
|
 |
 |
|