HOMENIEUWSBIOGRAFIEBIBLIOGRAFIEFRAGMENTENPERSLINKSCONTACTDICHTER DES VADERLANDS
De Standaard
 
Door: Anni Van Landeghem

Ramsey Nasr, de man die als Antwerpse stadsdichter geregeld in de kijker liep – zij het niet altijd om redenen die met poëzie te maken hadden – is in zijn eentje een melting pot. Hij is dichter, performer, acteur, regisseur, theatermaker, essayist en amateur-musicoloog. Nationaliteitsgewijs is hij een Palestijn, een Hollander en een Antwerpenaar.

Nu hij ter afronding van zijn stadsdichterschap ook al zijn nauwelijks tot zeer politiek geïnspireerde opiniestukken, essays en toespraken heeft gebundeld, valt op dat die veelheid aan bezigheden en nationaliteiten hem ook een weelde aan perspectieven verschaft. Dat hij dingen benadert met een grote heftigheid en tegelijk ook met de nodige afstand. (…)
Het verst gaat hij in zijn nietsontziende passie voor muziek. Maar ook over andere kunstvormen schrijft hij met een zintuiglijkheid waar je zelf naar gaat verlangen. Je wil met eigen ogen de tentoonstelling bezoeken die hij beschrijft. Je wil je net zo verliezen in de muziek van Sjostakovitsj. (…)

Aangrijpend blijft het verslag van een zeer geprivilegieerde ervaring die Ramsey Nasr heeft gehad doordat hij door de musicus Daniel Barenboim werd uitgenodigd om in Sevilla de repetities bij te wonen van het West-Eastern Divan Orchestra. Daarin musiceren talentvolle jonge mensen samen. Ze zijn afkomstig uit Spanje, Syrië, Libanon, Jordanië, Egypte, Palestina én Israël. Dat klinkt niet evident en dat is het ook niet. Dat de zo beroemde joodse dirigent en pianist bij een eerste contact met Nasr feilloos heeft aangevoeld dat hij in de zoveel jongere Palestijn met een verwante ziel te maken had, kan niet verbazen als je ziet hoe Nasr die ervaring heeft neergeschreven. Dit is namelijk het ultieme samengaan van alles wat in Nasr zo passioneel aanwezig is: zijn liefde voor muziek, zijn politieke denken, zijn scherpe zelfbewustzijn dat verregaande empathie niet uitsluit. Dit ene stuk kan model staan voor de rest van de bundel: de ruimte voor diverse meningen, frisse invalshoeken, originele formuleringen, ontwapenende geestigheid.

Als stadsdichterschap tot dit soort geëngageerd schrijven leidt – zo mooi vormgegeven bovendien – dan lusten we daar wel pap van.


over
Van de vijand en de muzikant (2006)