HOMENIEUWSBIOGRAFIEBIBLIOGRAFIEFRAGMENTENPERSLINKSCONTACTDICHTER DES VADERLANDS
Uit Kapitein Zeiksnor & De Twee Culturen (2001)
 

Hoofdstuk 29
 
waarin ook dakwerkers hun gerechte straf ondergaan

Etiquette, voor het volgend onderricht roep ik u aan als mijn leidsvrouwe, aangezien het zal gaan om een slagvaardiger volk dan dat der omhooggevallen fatten; ik spreek hier van het lagere volk, dat bekend staat om zijn onverbeterlijk slechte smaak en snelle vuisten. Naar gelang de bui en mits op de juiste wijze benaderd, kunnen het echter ook vriendelijke lieden zijn en het is nu deze grilligheid, die dit slag uitgesproken gevaarlijk maakt.
In uiterlijke vorm onderscheidt het zich door de typerende lage haargroei die het gedeukte voorhoofd siert. Let u daarnaast op de onmiskenbaar vulgaire neus, op het gezicht geplakt, zoals de wijngaardslak zich nestelt op het veld. Deze verschijning, zowel van de vrouwtjes als van de mannetjes, heeft inderdaad iets koddigs, ja zou zelfs ontroerend willen zijn indien zij niet werd vertroebeld door een kabaal dat hun aankleeft in laten en doen. Ik heb het natuurlijk over de Great Unwashed; het is onze handwerkzame plurk, en zo te horen heeft een kleine bende ervan zich momenteel boven mijn hoofd verzameld. Eens even kijken…
Ja zeg, maar dát ziet er goed uit! Een hele roedel maarliefst! Het betreft de familie van de dakwerkers, met enkele zeer fraaie exemplaren. Wat ik nu zal doen, is dit: ik zal voorzichtig enkele minuten met hen in discussie treden; dit zal ik doen in hun eigen idioom en met een familiare directheid die hun bevallen moet. Ik zal hen attenderen op hun luidruchtigheid alsmede hun gebrek aan gratie en hun ronduit als een vriend vragen deze hebbelijkheden te versmachten. Ik zal trachten hun leven te beteren, al ben ik bang dat het een bekering zal worden van varken tot zwijn. Wens mij geluk.
Nogmaals, vrouwe Etiquette, ik bid u om bijstand - al staan zij daar en wij hier - want ze zijn zeer snel ontvlambaar. Ik denk dat we kunnen beginnen. Toi-toi.
Oei-oei. Ze hebben mij reeds in de smiezen.
Misschien eerst wat aardigheden over en weer - aaah! DAG VRIENDEN!!! (…)
Pom-pom, wat staan jullie weer hoog, zeg! Echte hoogwerkers! (…) Haha…! Goed! Zeg! Hoe staat het inmiddels op het dak? Wachten jullie op de Goedheiligman? Dat duurt nog even, hoor! (…) Pom-pom, zei ík dat? Dan was het vast een WITZ! Haha…! Rustig aan, Kapitein, niet chargeren, rustig aan… MOOI WEER OVERIGENS OM OP HET DAK TE STAAN!!! (…) Was het KAPOT, het DAK? Hoe heet dat in vakjargon: DAK? En raken jelui nooit de tel kwijt met die dakpannen? Ik zeg maar zo- (hee had je wat ouwe) Inderdaad, genoeg gelachen, zwezerik. Alle gekheid op een stokje en het stokje in het vuur. Waarover ik u kwam te spreken: ik zie uw slag geregeld bezig op de daken en wat mij boven mate fascineert is: hoe slaagt u er telkens in, de werkbroek zó ver van de rug te laten zakken, dat de zwaartekracht er juist geen vat op krijgt? Zijn daar ook foefjes voor? Of zakt ze nu en dan wel degelijk af? (sta je ons uit te lachen) Ik ben bloedserieus, makker, maar de eigenlijke vraag - comiter sed fortiter - is deze: is het misschien mogelijk de bilspleet ietsje minder toonbaar te maken aan de argeloze passant? Eenvoudigweg iets minder in het zicht? Zou dat kunnen? Of ben ik wederom abuis en is het iets anders wat ik zie? Een trofee van de jacht? Is het een WOMBAT misschien die u in Australië heeft geschoten en sedertdien in de broek tentoonstelt? Desgevallends zou ik graag mijn excuses aanbieden, maar ik denk dat dit heel niet nodig is. Het betreft hier namelijk geen exotische wombat. Het betreft hier een huisdier dat binnengehouden moet worden. Dus hijst u die broeken op, alstublieft! Alstublieft. Weest u fatsoenlijk. Denkt erom, heren, de bilspleet! (moet je een peer) Tut-tut-tut, doctor mirabilis. En hoe denkt u dat te doen op deze afstand?

Hoofdstuk 30
 
waarin een eerste dakpan de ik-figuur uitgebreid op het hoofd treft, een tweede gelukkig niet, maar een derde weer wel. Hierbij deukt het hoofd op merkwaardige wijze in en uit

(1: POENK) Zo zeg, als dat geen dakpan van zo’n 1500 grammen is! Au jongens. Anna Maria Koekoek! (2: KRAK) Maar díe was mooi mis, vriend! Haha! Mijn oog is mijn liniaal, zei de boer, en het scheelde maar zeven voet. Nu ik hier toch sta: KAN DIE MUZIEK WAT ZACHTER? (3: POENK) Auw jongens! Precies op de pijnlijke plek! Jandoppie! Moet dat nu? Auwauwauw. Goedemiddag, ik moet er weer vantussen. En voortwerken een beetje! Hardleers volk... Au, mijn god. Snel de hoek om. Dag vrienden!


over
Kapitein Zeiksnor & De Twee Culturen (2001)

pers
De Morgen (Steven Heene)