Information in EnglishRamsey Nasr (1974, Rotterdam) is dichter/schrijver, acteur en regisseur. In 2000 debuteerde hij als dichter met de bundel 27 gedichten & Geen lied, die werd genomineerd voor zowel de C. Buddingh’-prijs als de Hugues C. Pernath-prijs. Een jaar later debuteerde hij als prozaschrijver met de novelle Kapitein Zeiksnor & De Twee Culturen, gevolgd door Twee libretto’s (2002). Daarna maakte hij de overstap naar De Bezige Bij waar in het voorjaar van 2004 zijn tweede dichtbundel, onhandig bloesemend verscheen. Ook deze bundel, bekroond met de Hugues C. Pernathprijs, werd meerdere malen herdrukt.
Nasr werd in 2005 benoemd tot stadsdichter van Antwerpen en veroverde in snel tempo de harten van de Vlamingen. Van meet af aan was het zijn bedoeling om gedichten te schrijven die niet alleen voor Antwerpenaren bestemd waren, maar voor een publiek tot ver buiten de stadsgrenzen. Dat bleek eens te meer toen de derde dichtbundel onze-lieve-vrouwe-zeppelin (2006) verscheen, waarin alle stadsgedichten zijn opgenomen, met uitgebreide toelichting en historische foto’s van Antwerpen. Ook deze bundel werd veelvuldig geprezen.
In de vele artikelen en opiniestukken die hij voor de Nederlandse en Vlaamse media schreef, laat Nasr zich kennen als een man met vele passies. Ze bestaan uit een liefde voor kunst – klassieke muziek, toneel, poëzie – alsook een grote betrokkenheid bij de hedendaagse politiek. In het bijzonder één kwestie ligt hem na aan het hart: het Palestijns-Israëlisch conflict. Een ruime keuze uit deze artikelen over kunst en politiek verscheen, tegelijk met onze-lieve-vrouwe-zeppelin, onder de titel Van de vijand en de muzikant (2006).
In 2006 werd Ramsey Nasr de ereprijs Journalist van de Vrede toegekend door het Humanistisch Vredesberaad (HVB). Het juryrapport vermeldde onder meer: “Ramsey Nasr heeft met zijn talenten bijgedragen aan begripsvorming tussen oosterse en westerse culturen door starre vooroordelen kritisch te toetsen. Hij draagt daardoor bij aan een cultuur van vrede, geweldloosheid en rechtvaardigheid."
Als schrijver/dichter trad hij vele malen op tijdens festivals als Crossing Border, De Nachten, Saint-Amour, De Nacht van de Poëzie en Poetry International. Ook in het buitenland heeft Nasr verscheidene poëzietournees ondernomen. In 2002 maakte hij met enkele vooraanstaande Nederlandse dichters een reis naar Indonesië (Java/Sulawesi). Voor het Literatuurfestival Winternachten reisde hij in 2005 nogmaals naar dit land (Java/Sumatra), om in 2007 met dezelfde organisatie naar Aruba en de Nederlandse Antillen (St. Maarten/Bonaire/Curaçao) te vertrekken. Tevens werd hij eind 2005 door het Belgisch Consulaat te Jeruzalem uitgenodigd zijn poëzie voor te dragen in o.a. Bethlehem, Ramallah, Nablus en Jeruzalem. Literaire reizen als deze, alsmede enkele bezoeken aan Spanje, vinden hun weerslag in de essaybundel Van de vijand en de muzikant.
Afgezien van zijn literaire werk is Nasr tevens een begenadigd acteur en regisseur. In 1995 studeerde hij af aan de toneelschool Studio Herman Teirlinck te Antwerpen met een zelfgeschreven monoloog: De doorspeler. Dit indrukwekkende theaterstuk leverde hem op het Internationaal Theaterschoolfestival te Amsterdam de prijs voor beste acteur op (de Philip Morris Scholarship Award). Na zijn eindexamen speelde hij vijf jaar bij Het Zuidelijk Toneel o.l.v. Ivo Van Hove. Van dit gezelschap nam hij in het voorjaar van 2000 afscheid met een nieuw geschreven theatermonoloog, Geen lied. Voor tekst en spel van dit stuk won hij in 2000 de Mary Dresselhuysprijs en de Taalunie Toneelschrijfprijs. Ook werd hij genomineerd voor de Louis d’Or. Bij het Zuidelijk Toneel was hij te zien in vele stukken, zoals Caligula en Romeo en Julia, waarin hij de rol van Romeo vertolkte. In deze jaren reisde hij ook naar Palestina (1996) en Jordanië (2001, Amman International Theater Festival) om daar een Engels-Arabische bewerking van De doorspeler op te voeren: The Wannaplay.
Nasrs debuut als dichter viel samen met zijn vertrek bij Het Zuidelijk Toneel. Op de première van zijn theatermonoloog in verzen Geen lied verscheen zijn eersteling 27 Gedichten & Geen lied. Sindsdien is Nasr slechts bij uitzondering in een theaterstuk te zien geweest en heeft hij zich hoofdzakelijk op het schrijven toegelegd. Wel heeft hij rollen vertolkt in verschillende films. Hij is onder meer te zien in De man met de hond (1998), Mariken (2000), Liefje (2001) en Magonia (2001). In 2002 vertolkte hij een hoofdrol in de driedelige televisieserie De enclave, over de Nederlandse betrokkenheid bij het drama van Srebrenica. In het najaar van 2008 kwam Het Echte Leven uit, een film van Robert-Jan Westdijk, waarin Nasr eveneens een hoofdrol speelde.
Naast zijn eigen monologen regisseert Nasr ook muziektheater. Hij schreef het libretto voor de productie Leven in Hel – de operette (2001), verzorgde de regie en zong/speelde bij de herneming zelf de rol van Hades (2003). Direct na de première van Leven in Hel verzorgde hij vertaling en regie van Mozarts jeugdopera Il Re Pastore (2002). In 2006 waagde Nasr zich aan een tweede Mozart-opera, het Singspiel Die Entführung aus dem Serail. Hij herschreef ditmaal de gespeelde dialogen grondig en hertaalde de gezongen delen. Componist Wim Henderickx maakte een nieuw arrangement en schreef ook nieuwe muziek voor het orkest, de Beethoven Academie o.l.v. Koen Kessels. Nasr regisseerde in dit stuk operazangers naast acteurs (o.a. Jan Decleir, Els Dottermans en Annet Malherbe) en een klassiek-Arabische zanger (Najib Cherradi). Onder de titel Een Totale Entführung ging de productie in september 2006 in première in deSingel te Antwerpen. Het werd geselecteerd voor het Theaterfestival 2007. Het tekstboek van Een Totale Entführung is verschenen bij Uitgeverij Demian te Antwerpen en bevat tekeningen van Jan Decleir.
Eind april 2007 ontving Nasr samen met Tom Lanoye en Bart Moeyaert een eredoctoraat wegens algemene verdiensten aan de Universiteit Antwerpen. Het triumviraat ontving de onderscheiding voor hun werk als stadsdichters van Antwerpen.
Sinds oktober 2007 is een bijzondere cd verkrijgbaar: Sonata, een samenwerking tussen altvioliste Susanne van Els, pianist/dirigent Reinbert de Leeuw en Ramsey Nasr. Op de cd is een opname te horen van de altvioolsonate van Dmitri Sjostakovitsj, uitgevoerd door Van Els en De Leeuw. De tweede helft van de cd bestaat uit een (nieuwe) opname van het gedicht wintersonate, afkomstig uit de bundel onhandig bloesemend en gebaseerd op Sjostakovitsj’ Altvioolsonate. Nasr heeft een bijzondere relatie met deze componist en in het begeleidend tekstboekje is een interview daarover te lezen. Daarnaast bevat de uitgave een essay van musicoloog Elmer Schönberger, alsmede een Engelse vertaling van wintersonate, getiteld winter sonata.
In november 2008 verscheen Homo safaricus, een dagboek dat Nasr bijhield tijdens een expeditie naar Tanzania. Op uitnodiging van de Universiteit Antwerpen reisde Nasr in juli 2008 mee met 35 biologiestudenten, die in Tanzania voor het eerst veldwerk gingen verrichten. Over deze reis werd voor Canvas een vijfdelige documentairereeks gemaakt, Wildcard: Tanzania, met Nasrs dagboek als leidraad. Zowel de serie als het boek kregen een bijzonder gunstige ontvangst. Homo safaricus is een weerslag geworden van de ontmoeting van een stadsmens met de vrije natuur, van biologie met kunst. Voor enkele promofilmpjes over de docureeks: zie http://www.youtube.com/watch?v=wrH3g_iFJvQ en http://www.youtube.com/watch?v=Gljd_4bEiKQ.
Sinds 27 januari 2009 vervult Nasr voor een periode van vier jaar het ambt van Dichter des Vaderlands.